Article
0 comment

Xi’an en Luoyang Longmen grotten

Luoyang Longmen grotten China

Twee jaar geleden heb ik in Xi’an onder meer het terracottaleger en de tombe van keizer Jingdi bekeken, maar van het stadscentrum binnen de stadsmuren had ik niet veel gezien. Hierom had ik besloten deze zaterdag 9 april het stadscentrum te gaan bekijken en naar het Beilin museum te gaan. Na mijn bezoek ben ik naar Luoyang gegaan. Daar heb ik de Longmen grotten bezocht.

Mijn hostel was binnen de stadsmuren van Xi’an, niet ver van het station. Het was gevestigd in een historisch “courtyard house”, een serie van kleine gebouwen en pleinen binnen een ommuring. Het heerlijke weer en de terassen op de binnenpleinen maakten het geheel bijzonder prettig!
De hele zaterdag ben ik op stap geweest in de stad. Mijn eerste bestemming was het station voor het kopen van het treinkaartje voor de hogesnelheidstrein Xi’an-Luoyang. 28 loketten met erboven alleen in het Chinees voor welke kaartjes je bij het betreffende loket terecht kan. Na wat gevraag in het Chinees (ja, het lukt steeds beter) stond ik al snel bij het enige loket dat kaartjes voor de “gaotie” (hogesnelheidstrein) verkocht.

Xian - Seven sages hostel

Mijn wandeling ging vervolgens naar de Bell-tower. Deze toren is min of meer het middelpunt van Xi’an en ligt in een het midden van een enorme rotonde waar de twee drukste wegen van het centrum elkaar kruisen. De toren is alleen te bereiken via een stelsel van voetgangerstunnels die de trottoirs van de kruisende straten met elkaar verbinden. Het wandelverkeer in de voetgangerstunnels is al even druk als het autoverkeer op de rotonde erboven. De omgeving van de bell-tower en andere toeristische attracties ziet er spik en span uit, maar de buurt tussen mijn hostel en het station is een echte volkswijk. Er liggen veel propvolle rommelige winkeltjes, afgeragde restaurantjes die er nogal smerig uitzien etc. Mensen zitten op straat op stoelen te kaarten en te eten. En hoewel de toeristische attracties maar een kilometer of 2 verderop liggen, ben ik ook hier als buitenlander weer een bezienswaardigheid voor de bewoners.
Na rond te hebben gelopen bij de bell-tower is het inmiddels tijd te gaan eten. Na wat gezoek kom ik uit bij een soort Chinese McDonald’s die gespecialiseerd is in gerechten met koude noedels. Tegenover me blijken een Taiwanese moeder en zoon te zitten die in Shanghai wonen. Ze bevelen me sterk aan in Luoyang naar de nationale pioenrozentuin te gaan. Deze bloem wordt beschouwd als China’s nationale bloem en juist rond de dagen dat ik Luoyang bezoek staan ze allemaal in bloei. Ik houd het in mijn achterhoofd…

Na de lunch ga ik naar het Beilin Museum. Dit museum heeft een collectie van circa 3000 stenen platen met hierin teksten gegraveerd. De meeste zijn uit de Tang-dynastie (618-917 n. Chr.), maar er zijn ook oudere uit de Han-dynastie (206 v. Chr. tot 220 n. Chr.). Er zijn ook veel stenen standbeelden van o.a. dieren en personen. Erg indrukwekkend allemaal. Het museum is gevestigd in een voormalig tempelcomplex dat prachtig is opgeknapt.
Vanaf het Beilin-museum, dat naast de zuidelijke stadsmuren ligt, bezoek ik onder meer nog de drum-tower en de moslim-wijk, beide een erg druk bezocht toeristische attractie. Eigenlijk is de gehele binnenstad van Xi’an heel goed te voet te bezichtigen.

De volgende dag wordt ik weer herinnerd aan de enorme bouwactiviteiten die in China aan de gang zijn. De hogesnelheidstrein richting het oosten die ik zal nemen tot aan station Luoyang Longmen, vertrekt sinds korte tijd namelijk vanaf een nieuw hogesnelheidstreinstation in Xi’an. Het station ligt een kilometer of 12 ten noorden van de stadsmuren. Aangezien de metro naar dit nieuwe station pas vanaf oktober rijdt, ga ik met de taxi. Woontorens, kantoorpanden, winkelcentra, je kunt het maar bedenken, het is kilometer na kilometer in aanbouw in het hele gebied totaan het nieuwe station Xi’an Bei Zhan. Als een modernistisch fort doemt aan het einde van een grote doorgaande weg door de nieuwe wijken het groteske station op. Aan de voorkant van het station allemaal gebouwen in aanbouw, aan de achterkant van het station open veld.
Als bij een luchthaven loopt er een verhoogde weg rond de enorme stationshal, waar bij de verschillende ingangen mensen kunnen worden afgezet of opgehaald. Alleen is er vrijwel niemand te bekennen. Vanaf dit station vetrekt vooralsnog maar circa 1 trein per uur. Ongeveer de helft van de stationshal is in gebruik, achter de provisorische wand die de stationshal in tweeen deelt, is gezaag en getimmer te horen. Het station is werkelijk smetteloos. Doorlopend worden de glanzende vloeren geveegd. De trein is al even smetteloos, ik kan zelfs geen dode vliegen ontdekken op de voorkant van de trein.

In de trein blijk ik te zitten naast een dertiger die voor een biochemisch bedrijf werkt en in Zhengzhou (het voorlopige eindpunt van deze hogesnelheidslijn) een vergadering heeft. Hij spreekt redelijk goed Engels en is geïnteresseerd naar allerlei zaken in Nederland. Zijn appartement in een buitenwijk van Xi’an blijkt een heel Nederlandse prijs te hebben: omgerekend ongeveer 240.000 euro. Gefinancierd met net als in Nederland een hypotheek bij een bank. Het grote verschil is dat na 70 jaar eein eigen woning in China weer eigendom wordt van de staat. Erg gelukkig was hij daar niet mee.
Intussen vliegen we met een vaart van 325 km/h van station naar station. Luoyang Longmen is het vijfde station en de rit duurt een uur en veertig minuten. Op het laatste stuk voor Luoyang Longmen rijdt de trein het snelst, 345 km/h. Het treinkaartje kostte 184 yuan, ongeveer 20 euro. Hen bucuo, helemaal niet slecht!

Station Luoyang Longmen ligt halverwege Luoyang en de Longmen grotten. Mijn plan was mijn grote rugzak af te geven bij de bagageopslag, vervolgens de Longmen grotten te bezichtigen, daarna mijn rugzak weer op te halen en dan naar het hostel in Luoyang te gaan. De deuren bij de bagageopslag waren echter akelig dicht en er hing een briefje met daarop te veel voor mij onbekende karakters om de mededeling nog te kunnen begrijpen. Enkele ogenblikken later stond er een groep mensen achter mij die in dezelfde trein had gezeten en hetzelfde plan had als ik. Het waren toeristen uit Singapore die Chinees spraken, maar ook perfect Engels konden spreken. De samenvatting van de vertaling van het briefje liet zich makkelijk raden: het bagagedepot was gesloten.
Eerst met de bagage naar het hotel in Luoyang en dan weer langs het station terug naar de Longmen grotten was een niet al te aantrekkelijke optie vanwege gedoe en tijdverspilling. Op de parkeerplaats voor het station bleken er gratis dagtochtjes voor toeristen aangeboden te worden. Als toerist betaal je dan de reguliere entreekosten aan deze dagtochtjesaanbieders, de dagtochtjesaanbieders krijgen dan van de parken commissie voor het aanbrengen van bezoekers, waarmee weer de kosten voor het gratis rondrijden worden gedekt.

Na wat overleg bleek de Singaporese familie te hebben geregeld dat de bagage de hele dag mee kon in het busje, en dat ik met hen mee kon gaan naar de Longmen grotten. Hup, tas in het busje en daar ging ik dan op dagtocht met een Singaporese familie (inclusief oma en twee kleine kinderen). De Longmen grotten liggen langs een rivier en bevatten meer dan 100.000 beeldhouwwerken en afbeeldingen van boeda. Van kleine in de rotsen uitgekraste afbeeldingen tot vrijwel losstaande beelden van tientallen meters hoog. Veel van de beelden stammen uit de jaren 500 tot 700 (Wei en Tang dynastiën). Vanwege de aanwezigheid van de kleine kinderen en oma, ligt het tempo een stuk lager dan ik zelf gewend ben. Dit is eigenlijk wel prettig, zo kan ik namelijk zelf rondlopen, vanalles bekijken en intussen in de gaten houden waar de Singaporeanen zijn. Mijn rugzak staat namelijk bij hun bagage in het busje, ik wil ze dus niet kwijtraken. Aan de overkant van de rivier bevinden zich onder meer een tempel en een soort botanische tuin, die we nog bezoeken.

Vervolgens wordt er spontaan nog een nieuwe bestemming toegevoegd aan de dagtocht, de nationale pioenrozentuin die mij in Xi’an al was aanbevolen. Ik had veel kunnen bedenken, maar niet dat ik met een Singaporese familie een pioenrozentuin zou bezoeken. Na tien perkjes met pioenrozen kunnen die dingen me eigenlijk gestolen worden, maar het moet gezegd, die tuin ligt er prachtig bij. Allerlei bomen staan in de bloesem, er is een soort landschaps/botanische tuin van gemaakt en de tuin is enorm groot, van voor tot achter ongeveer 2,5 kilometer. Het moet een hels karwei zijn om dit zo mooi te houden.

Geef een reactie

Required fields are marked *.